Archief voor de ‘Femke’ Categorie

Goud

augustus 19, 2005

Op de onderstaande foto zie je Femke blij zijn met een goudstaaf van ongeveer een kwart miljoen Canadese dollar, ruwweg 175.000 euro. Helaas zit ie vast met een ketting, en staat er bewaking net buiten beeld. De goudstaaf is onderdeel van de “Royal Canadian Mint” waar we een tour gedaan hebben. Heel leuk was de tour niet, want ze gingen niet zo diep op hun geldproductie in, helaas…..

Goud

De Oekraïners in Canada

augustus 19, 2005

Tijdens onze reis waren we al vaker orthodoxe kerken tegengekomen, gesticht door Oekraïners. Behalve dat hebben we ook verschillende keren kleine Oekraïense musea gezien, en er een bezocht. In de Canadese prairie zijn veel Oekraïners neergestreken. De Lonely Planet had ons er ook nog eens op gewezen dat het Oekraïense eten erg goed is, dus begonnen we het voor ons onbekende Folklorama met het Oekraïense paviljoen. We waren er wat vroeg, nadat we een aantal keer geprobeerd hadden telefonisch te reserveren. Om de een of andere reden lukte dat steeds niet. Al drie kwartier van tevoren was er een rij van ongeveer 50 mensen. Voordat de deuren opengingen was die rij gegroeid tot ettelijke honderden. Van de wachtenden om ons heen kregen we te horen dat het Oekraïense paviljoen als een van de beste aangeschreven stond.
Na binnenkomst bleken alle tafels al gereserveerd (blijkbaar kon dat dus toch….) en zaten we uiteindelijk tegen de achterwand op een tribune. Alle Folklorama paviljoens zijn in schoolgebouwen, met de voorstellingen in de gymzaal. Een erg aparte sfeer, met honderden mensen aan lange tafels en zitplaatsen op tribunes langs de wanden. Eigenlijk niet zo slecht, want we keken over alles heen. Na een tijdje in de rij staan voor het eten hebben we kunnen genieten van Borshch, Varenyky, Holubtsi, Kapusta en Kasha met erbij Kalyna Malyna en Oekraïens bier. Het programma bestond uit veel actief dansende mannen, die lieten zien dat ze sterk en trots zijn, en sierlijke dansende vrouwen die snelle pirouettes draaiden in mooi geborduurde kleding. Er waren erg veel verschillende dansgroepen, en ook een behoorlijk koor, dat een aantal nummers ten gehore bracht. De nummers, voornamelijk gebracht door mannen met een enorm volume en een zeer trotse blik deden denken aan de koude oorlog. Ik kreeg er de associatie van een sterke natie bij, eentje waarvoor je uit moet kijken. Wel heel mooi om te zien dat de voorvaderlijke cultuur van dit volk in Canada verder blijft leven. Aan het einde kregen we nog een stempel voor een feestje wat er ’s avonds zou zijn.

Nadat we lang genoeg in het Nederlandse paviljoen hadden rondgehangen gingen we terug naar het Oekraïense, om te ontdekken dat er weer een rij stond, allemaal jonge mensen die wachten tot het feestje begon, na de laatste voorstelling van die avond. Binnen werd er door een veel jongere band in een soort verkleedkostuums muziek gemaakt, met veel Oekraïense teksten, viool en accordeon. De grootste ontdekking was echter de dansvloer; alle tafels verwijderd, nu bezet door een enorme losgeslagen bende jonge en oudere mensen, die er met de klok mee de Polka dansten, op allerlei manieren (van geoefende dansers tot gewoon leuk springen!). Na een aantal nummers werden ook wij daarin meegezogen. Daarna werd het nog leuker, want met live muziek begon er in het midden een danswedstrijd, de rest van het publiek aanmoedigend en meeklappend. Iedereen die het wil mag showen wat hij kan, al zijn een aantal mensen er heel nauwkeurig op aan het letten dat je op je beurt wacht en niet het publiek invliegt. We hebben vier jongens gezien die elkaar in een cirkel omarmen en al draaiend vier meisjes, die met hun buik op hun armen liggen, als een spin laten ronddraaien. Er zijn dansende torens gebouwd, razendsnelle pirouettes gedraaid, er is met meisjes en jongens gegooid, er is gesprongen, op allerlei manieren heel laag bij de grond gedanst, ruimte gemaakt voor kinderen van 8 of 9 die allang in bed hadden moeten liggen en er werd veel geapplaudisseerd en geschreeuwd. Het was fantastisch om te zien, maar niet iets om ongeoefend aan mee te doen, daar konden ze het echt te goed voor. Nu weten we ook meteen waarom het in dat paviljoen zo leuk is, het publiek doet mee!

Winnipeg

augustus 19, 2005

Na Riding Mountain National park zijn we met een omweg naar Winnipeg, Manitoba, gereden. Deze stad wordt ook wel “poort naar het westen” genoemd. Als je van oost naar west gaat, moet je namelijk door Winnipeg. Er zijn geen andere wegen. Van west naar oost is het hetzelfde verhaal, voor ons is het dus de poort naar het oosten… Hier in Winnipeg is het natuurlijk weer eens niet ‘normaal’ weer; dit keer is het te koud voor de tijd van het jaar. Voor ons erg gelukkig, we hebben namelijk afgelopen nacht het noorderlicht gezien! Vrij uitzonderlijk gezien het seizoen en de zuidelijke ligging van de stad. Het was heel speciaal om te zien. De ‘Winnipeggers’ zijn er duidelijk aan gewend, want niemand lette er op, en een vrouw die we spraken merkte alleen op dat het wel erg vroeg was voor het jaar…

We hebben een stadsrondleiding gedaan, waarin we geleerd hebben dat de stad eigenlijk ‘modderig water’ heet (in het ‘Indiaans’) en dat de kolonisten vrij racistisch waren. Je mocht namelijk alleen op de goede plekken in de stad wonen als je hoorde bij de Britse upper class. Mensen van rond de Middellandse Zee mochten er al helemaal niet in, die werden beschouwd als te gepassioneerd…
Opvallend was dat in het oude stadsdeel erg veel bakstenen gebouwen stonden, wat enigszins aan Europa deed denken. En inderdaad, een aantal straten waren ook gebouwd om te lijken op boulevards in Parijs of Berlijn.
Verder hebben we de Royal Canadian Mint bezocht en de Art Gallery, met Inuit (Eskimo) kunst.

’s Avonds hebben we ons vermaakt met Folklorama. Dit culturele festival duurt twee weken, en gedurende die tijd kan je op verschillende plekken in de stad landenpaviljoens bezoeken. Elk land (of gebied) geeft een show waarin de eigen cultuur en tradities getoond worden. Wij hebben de Oekraïne (zie andere post), Chili en de Indo-Carribean bezocht, en natuurlijk ook Nederland. Allemaal erg leuk, al viel Nederland met de klompendans wel een beetje tegen… Wel leuk om weer eens met andere Nederlanders te kunnen kletsen. Veel oudere mensen die al sinds de jaren ’50 in Canada wonen, maar ook een paar jongere mensen die pas net de beslissing gemaakt hebben.

Helaas zijn we wat lui geweest met foto’s, dus geen plaatjes voor jullie. We gaan nu door naar het oosten, en zullen snel in de laatste provincie belanden (Ontario). Dat betekent echter niet dat we er ook al bijna zijn; Winnipeg-Toronto is namelijk zo’n 2000 kilometer, en als je bijgehouden hebt hoe we tot nu toe zijn gereden, zal je begrijpen dat het voor ons nog wel wat meer zal worden!

Paardrijden

augustus 19, 2005

Paardrijden was leuk! Heel anders dan in het toeristische Jasper, waar je verder weinig met de paarden te maken had, behalve dat je er op zat. Deze keer mocht ik kiezen uit twee paarden (hoe kan ik nou kiezen als ik ze niet ken??!) en alles ging heel gemoedelijk. De groep was heeel klein (drie, inclusief gids). Onderweg zijn we een moose tegen gekomen, heel veel havikken, en zagen we in de verte wat reeën wegspringen. De lunch was mee, en we zijn gewoon ergens gestopt om het op te eten. Ondertussen liepen de paarden lekker om ons heen te grazen. Een erg leuke ervaring! Voor een impressie van de natuur in Riding Mountain National Park en de paarden, zie www.trailheadranch.com.

Rare Canadezen

augustus 9, 2005

Bij een vuurtje op een houten tafel een stukje schrijven over onze tocht, het heeft wel wat. Na een maandje reizen zijn ons een aantal eigenaardige dingen opgevallen, voornamelijk in de richting van reizen en kamperen. We zien hier erg veel mensen die GROOT gaan kamperen; gas barbeque, Quad, crossmotor, opblaasboot of boot op trailer, fietsen, stoelen, koelboxen, hout, je kunt het zo gek niet bedenken of het wordt meegenomen naar de camping. Dat meenemen gebeurt het liefst met enorme campers (de grootte van een toerbus, door ons meestal omschreven als grote doos op wielen), maar vooral met pick-up jeeps met een erg grote variant caravan erachter, of de Noord-Amerikaanse variant op de caravan, een “fifth wheel”. Achter de dozen op wielen en fifth wheels hangt dan vervolgens meestal weer een boot op een trailer, want er zijn hier overal meren, en daarop kun je bootje varen.
Hieronder een doos op wielen.

Doos op wielen

Opvallen aan de doos met wielen is dat er meestal een auto op korte afstand volgt. Dat is geen bumperklever, maar de boodschappenwagen, die wordt meegesleept voor als de grote op de camping staat. Veel valt er verder niet aan die dozen op wielen toe te voegen, ze zijn absurd. Er lijken meestal gepensioneerde stellen in te zitten, die heel verveeld kijken. Er is vast niets aan, op vakantie in een doos op wielen. Hieronder ook een foto van een fifth wheel, helaas zonder de enorme pick-up jeep die er meestal bij hoort.

5th wheel

Als je een beetje wil kunnen rijden moet er namelijk al gauw een 250 of 350 kubieke inch V8 motor (4.1 en 5.7 liter respectievelijk) in die jeep, en wordt dus de hele jeep ook idioot groot. Het leuks is het als er achter de fifth wheel vervolgens ook nog een speedboot op een trailer hangt, dan is het span compleet. En nu niet denken dat die dingen hier voor je zitten als trage caravans in Nederland, meestal halen ze ons in, 100 Km/u is ze blijkbaar niet hard genoeg. Vaak hebben de fifth wheels prachtige namen, zoals Cougar en Wildcat.

Soms zien we ook wel eens mensen in tenten op de campings hier, maar ook zij hebben meestal nog aardig wat spullen bij zich. We hebben echter sterk het idee dat er veel campers, dozen op wielen, fifth wheels ed. te bewonderen zijn omdat de campings vaak heel eenvoudig van opzet zijn. Vaak zijn alleen de basisvoorziening er: een WC huisje een koud stromend water. Geen douches, warm water, afwasplek ed. Wel vaak paaltjes voor het aansluiten van water en elektriciteit, zodat je alles in je voertuig kan doen. In Canada lijkt het dus een beetje nodig om groot en lomp (in onze ogen) te gaan kamperen. Op een kampeerplek (of gedeelte van een camping) waar geen voorzieningen voor campers, caravans ed zijn is het ook meteen veel rustiger, er zijn meer tenten en natuurliefhebbers te vinden. (onze mening is natuurlijk wel beïnvloed doordat we altijd de kleinere kampeerplekken opzoeken, en als het even kan in de natuur).

het nu en volgende

augustus 4, 2005

Nu zijn we in Moose Jaw (eindelijk weer internet!), waar we de tunnels gaan bezoeken die naar het schijnt door Al Capone gebruikt zijn voor dranksmokkel tijdens de drooglegging. Ze voeren in de tunnels een soort toneelstuk op wat die tijd moet doen herleven. Ben benieuwd! Hierna door naar Regina, de hoofdstad van de provincie.

Saskatoon en dobberen

augustus 4, 2005

Na Fort McMurray zijn we via een noordelijke route via Meadow Lake Provincial Park ingereden, voor ons het begin van de volgende provincie, Saskatchewan. Netjes onze klok verzet, want er stond een tijdsgrens aangegeven op de kaart. Twee dagen later kwamen we er achter dat Saskatchewan geen zomertijd heeft, en dus ’s zomers gelijk loopt met Alberta. De klok dus maar weer een uurtje terug gezet… Het was ons al wel opgevallen dat het ’s ochtends nog erg stil was en dat de mensen hier erg laat naar bed gingen. In het park hebben we nog een wolf op de weg zien staan, ‘s nachts het gehuil van Coyotes gehoord en vlak naast de auto gebries en hoefgetrappel. Niet gezien wat het was.

Saskatchewan wordt ook wel de graanschuur van Canada genoemd, en als je rond rijdt zie je ook voornamelijk grote velden met verschillende soorten granen en grassen. Doordat het vlak is met wat glooiingen, kan je vaak heel erg ver kijken. Ziehier een voorbeeld.

weg Saskatchewan

Daarna hebben we in North Battleford geleerd over de kolonisatie van Canada in het Western Development Museum. Zo’n beetje elke redelijk grote stad in het midden van Canada heeft zo’n museum. Daarna door naar Saskatoon, waar we bij iemand langs zijn geweest die we kennen via het werk van Femke. Het was leuk weer eens in een echt huis te zijn, en het was gezellig. De volgende dag zijn we naar Wanuskewin (Seeking Piece of Mind) Heritage Park geweest. Daar wordt van alles verteld over hoe de First Nations vroeger leefden en hoe ze nu proberen om te gaan met nieuwe invloeden. Verder hebben we er ook een aantal traditionele dansen gezien, met uitleg over de dansen en de betekenis van de dansen en kleding. Een groot deel van het dansen blijkt nu vooral een sociale rol te vervullen, het geeft mensen van de first nations een reden om bij elkaar te komen. Ze hebben een mooi stuk land wat vroeger veel gebruikt is door de Cree om te overwinteren, te jagen, en voor spirituele doeleinden. Je kunt er mooi wandelen. Doordat een riviertje een vallei heeft uitgesleten, kun je binnen een paar honderd meter de natuur zien veranderen van moeras tot prairie. Zie de twee foto’s hieronder.

rieviertje Wanuskewin
prairie Wanuskewin

Vervolgens was het hoogste tijd voor weer eens wat ontspanning, dus zijn we onderweg naar Moose Jaw gestopt bij Little Manitou Lake. Dit meer bevat 10 keer zoveel mineralen als de dode zee. Het is dus lekker zout en je kunt er in drijven. Doordat het een beetje koud was en heel hard waaide zijn we naar een zwembad geweest waar ze hetzelfde water verwarmen. Erg leuk om zo makkelijk te kunnen drijven, maar ook wel een beetje gek dat je benen de hele tijd onder je uit willen als je rechtop hangt. Hieronder een foto van een dobberende Femke.

dobberende Femke

Gegevens

augustus 4, 2005

Nu we ongeveer op de helft zijn is het leuk om wat getallen te geven. Omdat we op reis zijn, eerst de basale gegevens: we hebben 4074 kilometer afgelegd en daar 788 liter benzine voor nodig gehad. Daarmee kan ook het rekensommetje worden gemaakt dat onze 2200 kilo wegende bus met 5.7 liter V8 motor (blijft leuk om te vermelden) zich bij ongeveer 90-100 kilometer per uur vrij netjes houdt; het verbruik schommelt rond de 1 op 5. Aangezien we op 10 juli op onze grote tocht vertrokken, hebben we gemiddeld 200 kilometer per dag afgelegd. Daarbij hebben we een keer of 4 twee dagen op een plek gestaan, de rest altijd weer op een andere plek.
De bus vertoont tot dusverre geen grote gebreken, al zijn er wel wat kleine dingen. Zo lekt bijvoorbeeld de verwarming bij de bijrijder, waardoor het koelwater op een laag niveau kwam. Daar zit nu een speciaal dichtmiddel bij, als dat niet helpt wordt de kachel afgesloten. De motor start wat moeilijker dan in het begin , waarschijnlijk is de carburateur vuil van de “regular gasoline” die we in de bus gooien, die schijnt hier wat viezer dan in Europa. Verder heeft een van de twee beugels waarop de accu staat het door roest begeven, dus de accu wiebelt nu een beetje. Die is opgelost door er een WC rol tussen te klemmen. Verder doet de bus het OK!

Syncrude

augustus 4, 2005

We weten nu waarom Canadezen Vancouver een mooie stad vinden; hier op de prairie zijn de steden echt heel lelijk! We zijn nu in Edmonton en Fort McMurray geweest, en daar wordt echt gebouwd en gepland met het idee dat het allemaal helemaal niets uitmaakt. Vooral Fort McMurray, een ver naar het noorden gelegen stadje (65 graden noorderbreedte), spande de kroon. Het gehele stadje bestaat op de winning van olie uit de oliehoudende zandgronden aldaar, verder is er in de weide omtrek niets. De olie en hoge lonen trekt vooral werkvolk aan. Winning van de oliegronden houdt het volledige ondersteboven keren van een gebied zo groot als Zwitserland in. Niet in een keer natuurlijk, en na het winningsproces wordt het gebied weer redelijk hersteld (voor zover nu te zeggen), maar het geeft een idee van hoe er tegen natuur wordt aangekeken. Rondom het standje zijn enorme werkkampen te vinden, waarin werknemers van contractors en dergelijke verblijven. De faciliteiten zouden in Nederland erg lelijk worden gevonden en de schoonheidscommissie zou ze nooit toestaan.
Uit de oliezanden wordt dagelijks ongeveer 1 miljoen vaten olie gewonnen (a 169 liter per vat) wat ongeveer 60% van Canada’s behoefte vervuld. Als je dat vergelijkt met bijvoorbeeld Nederland, België en Duitsland, welke echt nul aan eigen olie hebben, dan begrijp je ook meteen waarom het beleidsmatig op alle fronten moeilijk is om Canadezen (beleidsmakers, industrie en de consument) warm te krijgen voor waterstof en de brandstofcel, wat een van de doelstellingen is van de Hydrogen Highway, mijn onderzoeksonderwerp. Maar daar ga ik nu niet over door. Ergens in Nederland heb ik een keer gehoord dat de oliezanden van Fort McMurray nogal in controverse zijn omdat nu ongeveer 30% van de gewonnen energie in de winning zelf gaat zitten, en dus tot enorme broeikasgasuitstoot leidt. En als je dan ook nog eens weet dat er in Canada er veel in dikke jeeps en SUV wordt gereden…..
In Fort McMurray zijn we speciaal naar die oliegronden gaan kijken (er is niet veel anders, echt niet), en de gids en het zeer uitgebreide informatiecentrum konden het getal van 30% ontkrachten noch bevestigen. Maar goed, los van alle discussie en controverse, het is groot! Alles gebeurt op een onvoorstelbare schaal. Bedrijven leggen er eigen snelwegen en electriciteit centrales aan, en rijden met 400 ton trucks (jawel dat is het laadvermogen, de truck zelf weegt ook een slordige 400 ton). Er worden shovels gebruikt die 100 ton oliegrond in een keer opscheppen en in de vrachtwagen dumpen. Op de foto hieronder een in ongebruik geraakte dragline, daaronder een foto van de graafbak van de dragline, met mij erin…..

Dragline

geert in bakje

Ook een foto van de mijn zelf, waarbij het wat moeilijk is om de schaal van het alles te zien, want er staats niets meer als referentie. Wat je ziet is een gat van ongeveer 80 meter diep, waarin een heel aantal wegen is aangelegd, en waarin een tweetal verwerkingsmodules staan. Het opgegraven oliezand wordt naar de module toe vervoerd en daar tot een slurry van warm water met zand vermengd. De enige voertuigen op de foto zijn 400 tonners, die helaas op de foto niet zo goed te zien zijn. En we mochten niet dichterbij komen, die wagens kunnen dingen lager als 3 meter niet goed zien…. De twee mijnen van Syncrude (een van de bedrijven die het oliezand mijnen) hebben 80 van die bakbeesten, die ieder 4.000 liter diesel per 24 uur verbruiken (nog een leuk getal).

Mijn

Bisons

augustus 4, 2005

Na in Edmonton wat over de geschiedenis van Alberta geleerd te hebben en in onze culturele behoeften te hebben voorzien (muziek in een theehuis en naar de film), zijn we weer de natuur ingetrokken. In Elk Island national park hebben ze heel veel bisons (nee, elk hebben we niet gezien…). Dus wij dachten lekker te gaan wandelen, en dan zouden we er wel een paar tegen komen. Gelijk nadat we het park ingereden waren zat er al een grote kudde bions op en langs de weg. Ze raden aan om een bepaalde afstand te houden, maar ja, als die beesten zomaar vlak voor je oversteken, dan doe je daar weinig aan. Ze zijn trouwens erg groot, zeker de stieren (zie foto). Tijdens het wandelen zijn we maar een bison tegen gekomen, en dat was een grote stier. Deze stier moesten we een tijdje volgen, op gepaste afstand en op de stier z’n rustige tempo (hapje hier, hapje daar…), omdat ‘ie precies op het pad liep en daar niet af wilde. Later, toen we net zaten te lunchen, kwam hij weer langs. Moesten we heel snel onze spullen bij elkaar verzamelen en weglopen. Daarna is ‘ie nog kort ons gevolgd… Het was me het avontuur wel! Op de foto zie je Geert met de grote stier.
Bisons
Geert met Stier