Zoals de meeste trouwe bezoekers wel gemerkt hebben is er de afgelopen twee weken enige schrijfmoeheid ingetreden. Door het vele reizen en beperkte toegang tot internet kwam het er ofwel niet van of beperkte het posten zich tot een korte “we zijn hier, deden dit en gaan naar daar”
Nu zijn we in Canada’s grootste stad en bekijken ‘m eigenlijk niet bijster goed. Er moeten allerlei dingen worden opgezocht, bagage uitgezocht en de auto moet verkocht. Vandaar dat het leuker is wat meer te vertellen over een van de dingen die we onderweg gezien hebben. In de buurt van Ottawa (hoofdstad en zetel der federale regering) is een koude oorlog museum dat gevestigd is in de voormalige schuilbunker voor de regering en de Canadese nationale bank. Aangezien foto’s verboden waren, hier de link naar de Diefenbunker.
De bunker is tijdens de koude oorlog in het geheim aangelegd (een geheim wat al tijdens de constructie bekend werd), en was bedoeld om in het geval van directe nucleaire dreiging de regering en andere, voor het land vitale functies te herbergen. De omwonenden hadden al een idee van wat er aangelegd werd, en het werd helemaal duidelijk toen een journalist een vrachtwagenlading van 72 wc potten wist te fotograferen, terwijl het volgens het verhaal van de overheid een onderzoekscomplex voor 100 personen werd. Maar het maakte niet zoveel uit dat de Russen wisten waar de bunker lag, toenmalige kernraketten waren toch nog niet precies genoeg. Bij aankomst bleek het er nog bijna net zo uit te zien als tijdens de koude oorlog, al waren er wat minder hekken, en het gebouw voor technisch personeel was nu de lokale bibliotheek. Het wachthuisje deed dienst als kantoor en ontvangst van de bezoekers van het museum, en was nog steeds uitgerust met eronder een kleine bunker, compleet met periscoop, zodat de wacht tot het laatst (euhum) op zijn post kon blijven. Het complex kon alleen met gids bezocht worden, iets wat nodig was door de grootte, en ook leuk omdat echt elke vraag beantwoord kon worden. Behalve helaas over een paar ruimtes waarvan de toenmalige functie nog steeds niet prijsgegeven is.
Het complex was gigantisch, bestaande uit vier verdiepingen, met eigen watervoorraad, aggregaten, luchtzuivering, voedselvoorraad en topkoks. De bunker was jarenlang operationeel om ineens 400 mensen te kunnen herbergen (los van de 100 man personeel). Omdat de hoge regeringsleden goed moesten eten was er constant een operationele keuken met kreeft en haricots verts. Aangezien dat spul ook de houdbaarheidsdatum nadert kon het personeel wat er werkte altijd erg goed eten. Eigenlijk is er teveel over te vertellen. Alles wat los zat is verwijdert voordat de bunker werd verkocht aan de gemeente, maar met veel moeite en smeekwerk heeft de stichting, die de bunker van de gemeente kreeg, er weer veel origineel materiaal ingekregen. Alle technische installaties waren er nog, inclusief de rubberen montage voor de toiletpotten (voor bomschokken), de gigantische kluisdeurachtige toegangsdeuren en de operatiekamer.
Los van mijn technische interesse was het ook een vreemde gewaarwording om zo dicht tegen de koude oorlog aan te komen. In het ondergrondse radiostation hebben we een van de radioberichten gehoord die de regering zou hebben uitgezonden als er een tweede nucleaire aanval zou komen. Dat gaf echt geen lekker gevoel. En het zien van de vergaderzaal voor de regering, waar in geval van verlies de machtsovergave met de Russen plaats zou vinden, ook niet.
Ik ben benieuwd of we in Nederland ook zo een bunker hebben gehad, maar vooral ook of ‘ie nog bestaat en wat het bestemmingsplan ervan is. Want het is heel anders als kunst kijken of kanoën!