Archief voor september 2005

Het is zo ver….

september 9, 2005

Het is zo ver, de tassen zijn ingepakt en binnen korte tijd gaan we Toronto en Canada verlaten. Dat is vreemd, jammer, maar ook wel lekker. In Toronto zijn we uiteindelijk naar een exorbitant huis geweest van een handelaar uit de jaren ’20 (die door de beurscrash failliet is gegaan), het Royal Ontario Museum met een tentoonstelling van oude dingen en gevederde dinosaurussen, verder zijn we ook nog naar de grote dierentuin geweest en naar Before Sunrise en Before Sunset, twee elkaar opvolgende films over een romance (erg mooi), en naar Crash, een realistische film over de scenario’s die kunnen ontstaan in het multiculturele LA met al zijn etniciteiten (realistischer als gedacht). Verder zijn we naar twee aparte buurtjes geweest, vol leven en semi-legale handeltjes, uitbouwtjes en vol hippies, wierook en lekker eten en drinken. Gisteren zijn we naar Ford York geweest, waar de oorsprong van Toronto ligt, en vandaag gaan we naar een schoenmuseum, de historie van de mens bekijken naar aanleiding van schoenen. Daarna gaan we naar het vliegveld. Op de foto hieronder ford York met de skyline van Toronto, en een foto van een paar gebouwen.

ford York
twee gebouwen

Opvallend genoeg paste alle bagage, zelfs de dingen die eventueel weg kunnen als we overgewicht blijken te hebben. We hebben namelijk geen weegschaal, en als je overgewicht hebt (veel of weinig maakt niet uit, het kost altijd 350 dollar!), moeten we schuiven of dingen achterlaten. Maar het lijkt wel goed te gaan. Voor degenen die denken dat we al in NL zijn, dat klopt dus niet, we komen er op zaterdagochtend aan met KL 692, als het goed is om 7:15 in de ochtend. O ja, en de bus is verkocht, aan de eigenaar van de B&B…

Canadees kanoen

september 7, 2005

Iets anders wat we gedaan hebben na Ottawa, en na de Diefenbunker, is echt Canadees kanoen. Dat is dus niet in een gesloten kajak met allemaal mooie waterdichte vakken, sprayskirts en een roertje, maar met een grote open bak en twee enkele peddels. En dat was een stuk anders als we verwacht hadden. Een van de leuke onderdelen wat het vervoeren van de kano. Die past namelijk best achterin een camperbusje dachten we, en anders fiksen we wel wat met een touwtje.
We hadden ervoor gekozen om te gaan kanoen in het erg grote en mooie Algonquin park. Bij het huren van de kano hadden we ook meteen een kaart gekocht en gevraagd wat leuk was om te doen, en daar kwam een mooie tocht uit, waarbij we daarna terug bij de auto moesten zien te komen met een lift. In Algonquin moeten de kampeerplekken aan elk meer gereserveerd worden, omdat het anders te druk wordt. Dus nadat we met de kano een stuk gereden hadden over een zandweg (meeste toegang tot het park is met een zandweg) en de hele bus vol stof lag, kwamen we erachter dat onze route iets aangepast moest worden, want sommige meren zaten al vol. Later bleek dat een zegen, want we hadden niet helemaal de juiste spullen bij ons. We waren namelijk aan het redeneren in de kajak-trend, waarbij je nooit al je spullen hoeft te sjouwen. En dat moet in Algonquin dus wel. Alle meertjes staan namelijk met elkaar in verbinding met hele kleine stroompjes, waarop niet te varen valt. En wij waren meer aan het denken: “Een grote boot, daar kan meer in”, en hadden dus heel veel spullen bij. De eerste nacht brachten we door aan het meer waaraan we ook begonnen waren, en na wat nadenkwerk de eerste avond bedachten we dat het handig zou zijn als we onze grote rugzakken hadden en minder spullen. De kano is berekend op gesjouwd worden en is uitgerust met een draagbalk in het midden, zodat je hem mooi gebalanceerd kan dragen. Allebei een rugzak, Femke de peddels en bak met eten (die is makkelijker in de boom te hangen tegen de beren), ik met een rugzak en een kano op mijn schouders.

Dat ziet er ongeveer zo uit: (eerste Femke met peddels, dan een wandelende kano, dan Geert met kano.)

Fem met peddels
Wandelende kano
Geert met kano
Het sjouwen van al die spullen is zwaar, maar het is wel prachtig om op die kleine meertjes te kanoen, en hoe verder van de plekken waar je met de auto een kano af kan zetten, hoe rustiger. We hebben onder andere een schildpad, otter en waterslangetjes gezien. Een van de laatste kwam langs terwijl Femke water uit het meer aan het halen was.

Canadese Bunker?

september 6, 2005

Zoals de meeste trouwe bezoekers wel gemerkt hebben is er de afgelopen twee weken enige schrijfmoeheid ingetreden. Door het vele reizen en beperkte toegang tot internet kwam het er ofwel niet van of beperkte het posten zich tot een korte “we zijn hier, deden dit en gaan naar daar”

Nu zijn we in Canada’s grootste stad en bekijken ‘m eigenlijk niet bijster goed. Er moeten allerlei dingen worden opgezocht, bagage uitgezocht en de auto moet verkocht. Vandaar dat het leuker is wat meer te vertellen over een van de dingen die we onderweg gezien hebben. In de buurt van Ottawa (hoofdstad en zetel der federale regering) is een koude oorlog museum dat gevestigd is in de voormalige schuilbunker voor de regering en de Canadese nationale bank. Aangezien foto’s verboden waren, hier de link naar de Diefenbunker.

De bunker is tijdens de koude oorlog in het geheim aangelegd (een geheim wat al tijdens de constructie bekend werd), en was bedoeld om in het geval van directe nucleaire dreiging de regering en andere, voor het land vitale functies te herbergen. De omwonenden hadden al een idee van wat er aangelegd werd, en het werd helemaal duidelijk toen een journalist een vrachtwagenlading van 72 wc potten wist te fotograferen, terwijl het volgens het verhaal van de overheid een onderzoekscomplex voor 100 personen werd. Maar het maakte niet zoveel uit dat de Russen wisten waar de bunker lag, toenmalige kernraketten waren toch nog niet precies genoeg. Bij aankomst bleek het er nog bijna net zo uit te zien als tijdens de koude oorlog, al waren er wat minder hekken, en het gebouw voor technisch personeel was nu de lokale bibliotheek. Het wachthuisje deed dienst als kantoor en ontvangst van de bezoekers van het museum, en was nog steeds uitgerust met eronder een kleine bunker, compleet met periscoop, zodat de wacht tot het laatst (euhum) op zijn post kon blijven. Het complex kon alleen met gids bezocht worden, iets wat nodig was door de grootte, en ook leuk omdat echt elke vraag beantwoord kon worden. Behalve helaas over een paar ruimtes waarvan de toenmalige functie nog steeds niet prijsgegeven is.

Het complex was gigantisch, bestaande uit vier verdiepingen, met eigen watervoorraad, aggregaten, luchtzuivering, voedselvoorraad en topkoks. De bunker was jarenlang operationeel om ineens 400 mensen te kunnen herbergen (los van de 100 man personeel). Omdat de hoge regeringsleden goed moesten eten was er constant een operationele keuken met kreeft en haricots verts. Aangezien dat spul ook de houdbaarheidsdatum nadert kon het personeel wat er werkte altijd erg goed eten. Eigenlijk is er teveel over te vertellen. Alles wat los zat is verwijdert voordat de bunker werd verkocht aan de gemeente, maar met veel moeite en smeekwerk heeft de stichting, die de bunker van de gemeente kreeg, er weer veel origineel materiaal ingekregen. Alle technische installaties waren er nog, inclusief de rubberen montage voor de toiletpotten (voor bomschokken), de gigantische kluisdeurachtige toegangsdeuren en de operatiekamer.

Los van mijn technische interesse was het ook een vreemde gewaarwording om zo dicht tegen de koude oorlog aan te komen. In het ondergrondse radiostation hebben we een van de radioberichten gehoord die de regering zou hebben uitgezonden als er een tweede nucleaire aanval zou komen. Dat gaf echt geen lekker gevoel. En het zien van de vergaderzaal voor de regering, waar in geval van verlies de machtsovergave met de Russen plaats zou vinden, ook niet.
Ik ben benieuwd of we in Nederland ook zo een bunker hebben gehad, maar vooral ook of ‘ie nog bestaat en wat het bestemmingsplan ervan is. Want het is heel anders als kunst kijken of kanoën!

Toronto!

september 3, 2005

Zo, we zijn in Toronto. Na 9347 kilometer en 1.580 liter brandstof hoeven we ineens niet meer te rijden, alleen wellicht nog voor de verkoop. Kan er ook meteen uitgerekend worden dat de bus bijna 1 op 6 heeft gereden, met een benzineprijs van ongeveer 65 eurocent (door Karolina is die nu ineens 20-30% omhoog, omdat veel Amerikaanse raffinaderijen getroffen zijn, gelukkig hoeven wij nu niet meer te tanken). De verkoop van de bus blijkt ook meteen een hekel punt, doordat Toronto een grote stad is met een hoog inkomensniveau is onze bus veel te oud. We krijgen er dus waarschijnlijk wat minder voor. Op zich is dat geen probleem, want zelfs al krijgen we er niets voor terug dan is het nog steeds een goedkope tocht geweest, in vergelijking met een auto (geen bus!) huren. In Vancouver hadden we echter begrepen dat auto’s van de kust meer waard waren, doordat ze in het binnenland door strooizout sneller roesten. Dat doen ze dus ook, maar ze worden ook sneller vervangen en de auto’s zijn hier duurder (verschil is echt goed te zien op straat).

We hebben de laatste tijd wat weinig gepost door een tekort aan zin en internet, maar dat gaat vanaf morgen verbeteren. Dan verhuizen we namelijk vanuit de bus (nu op de parkeerplaats van het B&B), naar een kamer in het B&B zelf, en daar hebben we ook internet. We hadden al eerder een kamer willen hebben, maar alles zat overal vol, kleine misvatting. Dus nu slapen we drie dagen op de parkeerplaats, dat hebben we toch al weken gedaan. Als het goed s verschijnen er dan nog stukjes over Canadees kanoen in Algonquin park (niet kayakken, echt een verschil!), ons bezoek aan Ottawa en het bezoek aan de schuilbunker voor de Canadese overheid voor de koude oorlog. En natuurlijk over Toronto zelf!